Wat is het doel van social return en wanneer is het succesvol?

Social return (ook wel social return on investment genoemd, SR of sroi) is een instrument voor met name gemeenten om sociale doelstellingen te realiseren bij aanbestedingen en bij het verlenen van subsidie en vergunningen. Veelal gaat het om het creëren van (extra) werkplekken voor de doelgroep van de Participatiewet en de baanafspraak uit het Sociaal akkoord of andere groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wanneer kun je social return succesvol noemen? Die vraag beantwoorden de gemeenten en de werkgevers heel verschillend. Voor gemeenten telt met name het macro-economische perspectief: terugdringen van het aantal uitkeringen voor mensen, die kunnen werken. Voor werkgevers geldt dat de inzet van social return toegevoegde waarde moet hebben voor het bedrijf(sproces). Het moet bijdragen aan de continuïteit en winstgevendheid van het bedrijf en de risico’s moeten binnen aanvaardbare grenzen blijven. Twee volstrekt verschillende insteken. Niet vreemd, want de belangen en focus van beide stakeholders, gemeente en onderneming, verschillen nogal. Maar wat zijn dan die verschillen en – belangrijker – waar zitten de overeenkomsten, waarin vinden ze elkaar? Zowel gemeenten als werkgevers herkennen zich in het beoogde doel ‘meer mensen volwaardig duurzaam aan het werk’. Aan alle dialoogtafels komt direct de nuance op tafel: beide stakeholders zien in dat dit einddoel lang niet altijd haalbaar is. Want wat betekent ‘duurzaam’ bijvoorbeeld als contracten voor onbepaalde tijd toch al steeds schaarser worden? En vanuit de opdrachtgever is social return bij aanbestedingen niet het enige en ook niet het belangrijkste criterium – eerst en vooral moet de aanbesteding een goede uitvoering van het werk garanderen tegen zo laag mogelijke kosten.

bron: DeNormaalsteZaak