participatiedoelgroep.jpg

Waarom is het voor mensen uit de doelgroep lastig betaald werk te vinden?

Waarom is het voor mensen uit de doelgroep lastig betaald werk te vinden en duurzaam aan het werk te blijven? Wie bedoelen we eigenlijk met de doelgroep? Welke belemmeringen ervaart de doelgroep hierbij? En welke belemmeringen ervaren werkgevers om de doelgroep in dienst te nemen en te houden? Hoe staat het met uitvoerders? Waarom is het voor hen lastig de doelgroep aan betaald werk te helpen? En tegen welke belemmeringen loopt de lokale politiek aan? Deze vragen beantwoorden we hieronder. De geïnventariseerde belemmeringen zijn ingedeeld naar de betrokken partijen, voor wie de belemmering geldt. De belemmeringen zijn niet altijd voor iedereen (even) relevant. Er zijn immers grote verschillen tussen bijvoorbeeld werkgevers en ook tussen de mensen uit de doelgroep. We geven op de kaart een overzicht van de belemmeringen die een rol kunnen spelen. Wie bedoelen we precies met de doelgroep? De denktank heeft de doelgroep als volgt gedefinieerd: mensen die niet op eigen kracht het minimumloon kunnen verdienen (duurzaam en niet-duurzaam). ‘Op eigen kracht’ wil zeggen niet zelfstandig of niet zonder hulp(middelen). Voor deze analyse maakt het niet uit onder welke regeling iemand valt. Het gaat om de gemeenschappelijke eigenschap van de mensen die onder deze regelingen vallen: niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Het inventariseren van belemmeringen is geen doel op zich. We benoemen ze om in een volgende denkfase scherper te kunnen nadenken over het wegnemen ervan. Een van de belangrijkste belemmeringen die werkgevers ervaren, heeft te maken met het feit dat de meeste werkgevers zich primair richten op bedrijfseconomische doelstellingen en niet op sociale doelstellingen. Een werkgever wil hierom het liefst iemand die direct en goed inzetbaar is. Hierdoor kiezen werkgevers niet snel voor iemand uit de doelgroep. De doelgroep kan moeilijk regulier betaald werk vinden, omdat ze vanwege een fysieke, verstandelijke of psychische beperking niet ‘past’ op reguliere vacatures. De doelgroep heeft namelijk vanwege een beperking moeite de functie volledig te vervullen en/of ten minste zo productief te zijn om het wettelijk minimumloon te realiseren. Daarnaast kan de doelgroep negatieve (financiële) prikkels ervaren om aan 9 het werk te gaan of zich onvoldoende thuis of geaccepteerd voelen in een reguliere werk - omgeving om productief te kunnen zijn. Uitvoerders (UWV en gemeenten) hebben soms moeite met het vinden van passend werk voor mensen uit de doelgroep. Dit komt onder meer omdat bij hen nog onvoldoende zicht bestaat op wat de mensen uit de doelgroep weten en kunnen. Dit gebrek aan inzicht speelt overigens niet alleen bij uitvoerders, maar ook bij werk - gevers. Daarnaast werken uitvoerders niet altijd even goed samen om de doelgroep aan betaald werk te helpen, zoals gemeenten onderling en gemeenten met UWV. Ook de lokale politiek werkt weinig samen met andere regio’s om een groter deel van de doel - groep te helpen dan alleen binnen de eigen regio. Dit komt omdat de lokale politiek primair in eigen belang handelt, zoals de eigen begroting en de prioriteiten van de eigen gemeente. Tot slot is het voor de lokale politiek soms aantrekkelijker om de doelgroep niet aan betaald werk te helpen, omdat dit makkelijker – en goedkoper – is. 

Werk maken van werk voor iedereen!

De komende jaren moeten er 125 duizend banen komen voor mensen met een verstandelijke, psychische of lichamelijke beperking. Zij kunnen niet op eigen kracht het wettelijke minimumloon verdienen. Zonder de juiste begeleiding of hulp(middelen) redt deze groep het niet in een gewoon bedrijf. Wij zetten ons hiervoor in. Samen met gemeenten, UWV, scholen en werkgevers- en werknemersorganisaties. In theorie zijn we het er allemaal over eens dat die 125 duizend banen er moeten komen. In de praktijk blijkt dat niet zo eenvoudig. Wij zijn dan ook blij dat een grote groep deskundigen met ons mee wilde denken. Onder leiding van De Argumentenfabriek richtten we een onafhankelijke denktank op. In deze denktank zaten mensen met verschillende achtergronden. Daardoor kon de denktank over de bestaande structuren heen kijken. De denktank onderzocht welke belemmeringen er zijn om mensen met een beperking aan het werk te helpen. Vervolgens heeft de denktank mogelijke oplossingsrichtingen geïnventariseerd voor het realiseren van nieuwe banen en voor de begeleiding van mensen naar en op de arbeidsmarkt. De denktank gaat uit van de huidige praktijk in Nederland, de wettelijke kaders en bestaande instituties. Dat betekent dat de oplossingsrichtingen die verkend zijn, aansluiten op de al in gang gezette ontwikkelingen om meer sociale werkgelegenheid te realiseren. De denktank presenteert de resultaten graag aan u. Wij zien de opbrengst als een aanzet tot het herkennen, erkennen en wegnemen van obstakels. Laat het een aanmoediging zijn voor ons handelen. En laten we daarmee werk maken van werk voor iedereen!

Job Cohen, voorzitter Cedris en Huib van Olden, voorzitter SBCM

bron: DeNormaalsteZaak