Kwart van de schoonmakers kent cao schoonmaak niet

Onlangs werden de eerste resultaten van het onderzoek van brancheorganisatie OSB onder schoonmakers al gepubliceerd. De geluiden waren positief: drie kwart van de ondervraagde schoonmakers vind zijn werk leuk en 68 procent gaf aan in de schoonmaak te willen blijven werken. Inmiddels staat het volledige rapport online. 

Meerderheid heeft een vast contract

Eerst maar even wat algemene informatie over de deelnemende schoonmakers. De meesten van hen (39 procent) zijn werkzaam in de reguliere schoonmaak (kantoor schoonmaak), maar ook werken veel deelnemers op scholen (17 procent) en op vakantieparken of campings (13 procent). Meer dan de helft (54 procent) werkt op één vast object, één op de vijf (19 procent) werkt op twee objecten, 9 procent werkt op drie verschillende objecten en 18 procent werkt op vier of meer objecten. Driekwart van de deelnemende schoonmakers heeft een vast contract/een contract voor onbetaalde tijd.

Schoonmakers werken weinig uren, veel willen meer

Meer dan de helft (54 procent) van hen werkt minder dan 20 uur per week. Niet zo gek dus, dat 40 procent aangeeft wel meer uren te willen werken. 47 procent is tevreden met het huidige aantal uren en 14 procent weet niet of ze meer wil werken. 22 procent zou bereid zijn om ook bij een andere werkgever in dienst te treden, als ze daar extra uren kunnen maken. Meer dan de helft blijft volledig loyaal aan hun huidige werkgever: 58 procent zou z’n meer-uren niet bij iemand anders willen maken. De rest van de ondervraagden weet het niet.

Vergrijzing schoonmakers vraagt om aandacht vitaliteit

De grootste leeftijdscategorie (32 procent) is van 50 t/m 59 jaar. 27 procent is tussen de 40 en 49 jaar oud en 19 procent is tussen de 30 en 39 jaar oud. Opvallend: elf procent is tussen de 60 jaar oud en de AOW-leeftijd! Met elf procent, zijn er maar weinig mensen jonger dan 29 jaar. Dit laat duidelijk de vergrijzing van het schoonmaakpersoneel zien. Dit vraagt om extra aandacht voor gezond doorwerken tot aan het pensioen. De respondenten werden gevraagd of zij denken dat ze het werk in de schoonmaak tot aan hun pensioen kunnen volhouden. Meer dan een kwart (28 procenten) denkt van niet, en 38 procent denkt van wel. De overige 34 procent heeft nog zo z’n twijfels.

Meer dan een kwart niet bekend met de cao schoonmaak

Wat wij vooral een opvallende uitkomst van het OSB-onderzoek vonden, is dat meer dan een kwart van de schoonmakers (28 procent) aangeeft dat ze de cao schoonmaken niet kennen! 72 procent zegt hem wel te kennen. Weer meer positiviteit: 80 procent van de schoonmakers heeft de basisvakopleiding schoonmaak. Bijna de helft (47 procent) van de respondenten zou wel meer (schoonmaak)opleidingen willen volgen, 36 procent geeft aan dat niet te willen. Máár dat volgen van een extra opleiding moet vooral geen gevolgen hebben voor het loon van de schoonmakers: 75 procent is níet bereid om salaris in te leveren voor het volgen van een extra opleiding of meer vrije tijd. Elf procent is daartoe wel bereid.

Relatie tussen werkoverleg en het beschikken over voldoende informatie

Driekwart (76 procent) van de schoonmakers zegt dat ze genoeg informatie van hun leidinggevenden krijgen om hun werk goed uit te kunnen voeren. Dit komt zeer waarschijnlijk doordat er (regelmatig) werkoverleg op het werk plaatsvindt, aangezien precies hetzelfde deel  (76 procent) aangeeft dat ze regelmatig overleg met hun leidinggevende hebben. De meerderheid (58 procent) heeft vaker dan twee keer per jaar zo’n werkoverleg.  16 procent is ontevreden over de manier hoe hun leidinggevende hen aanstuurt, 58 procent is wel tevreden en de overigen zijn ‘soms’ tevreden.

85 procent van de schoonmakers krijgt geen reiskostenvergoeding, terwijl 62 procent meer dan vijf kilometer moet reizen vanaf huis naar het eerste object.

bron: Servicemangement