Ombudsman-702x336.jpg

‘Hokjesdenken blijft de toegang tot zorg belemmeren’

Gemeenten en andere overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor burgers, zouden nog steeds te veel vanuit hun eigen regels en kaders denken. Daardoor komt het geregeld voor dat mensen niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Dat stelt Nationale ombudsman Reinier van Zutphen in zijn rapport over het zorgstelsel dat in 2015 werd ingevoerd.

Hokjesdenken

De kritiek staat opgetekend in het rapport Zorgen voor burgers (pdf). Volgens de ombudsman zien instanties niet altijd welke zorg of steun iemand precies nodig heeft. Ze zouden zich daarbij te veel richten op hun eigen gebied, terwijl iemand die zorg nodig heeft, vaak in verschillende regelingen valt. ‘Dat hokjesdenken blijft de toegang tot zorg belemmeren. Instanties missen vaak nog wat burgers echt nodig hebben in hun situatie. Burgers krijgen hierdoor geen passende zorg. Dit is al veel te lang het geval, het kan en moet nu snel beter.’

Een tijd geleden wees de ombudsman al op de knelpunten die burgers ervaren. Van Zutphen hoort regelmatig van burgers dat het hen niet of nauwelijks lukt om zelf de juiste zorg of ondersteuning te regelen. Volgens het rapport lijkt het op papier goed geregeld, maar blijken de drempels in de praktijk toch te hoog en de regels te ingewikkeld, waardoor mensen buiten de boot vallen.

Knelpunten

In het rapport komen veel verschillende knelpunten naar voren. Zo zou het niet altijd duidelijk zijn waar een zorgaanvraag moet worden ingediend, mensen hebben het gevoel van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Instanties wijzen burgers niet op onafhankelijke cliëntondersteuning. Mensen ervaren bureaucratische rompslomp, zoals overbodige (her)indicaties en te veel formulieren, terwijl hun zorg niet wordt gecontinueerd.

Als iemand bijvoorbeeld volwassen wordt of een andere zorgbehoefte heeft, kan het nodig zijn om over te stappen naar een andere zorgwet. Die overstap zou volgens het rapport niet altijd even soepel lopen, waardoor de continuïteit van zorg in het geding komt en burgers zelf een oplossing moeten vinden om deze te behouden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de overgang van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) naar de Wet langdurige zorg (Wlz): als iemand meer intensieve zorg thuis nodig heeft of moet worden opgenomen in een zorginstelling.

Het rapport haalt een voorbeeld aan van een man die goede Wmo-dagbesteding krijgt, maar zich moet inschrijven bij een verzorgingshuis. Voor dat laatste is een indicatie nodig op grond van de Wlz. Als hij onder die wet valt, heeft hij geen recht meer op de dagbesteding op grond van de Wmo. Daardoor valt hij tussen twee wetten in.

Overbruggingskrediet als oplossing

De ombudsman ziet drie oplossingen om de door hem geanalyseerde knelpunten aan te pakken. Zo adviseert hij een overbruggingsbudget in situaties waarin het niet direct duidelijk is welke zorgwet of financiering van toepassing is. Net als integraal en multidisciplinair werken en ‘warm doorverwijzen’ van burgers, waarbij de oude zorgaanbieder pas loslaat wanneer de nieuwe daadwerkelijk is begonnen.

Van Zutphen stelt in het rapport dat instanties het idee moeten omarmen dat het probleem van de burger een zorg van hen gezamenlijk is en dat zij daarvoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. Voorop moet staan dat betrokken instanties elkaar vinden, samenwerken en mensen niet doorschuiven naar een volgend loket. Burgers moeten terechtkunnen bij een aanspreekpunt dat bemand wordt door professionals met kennis van verschillende zorgdomeinen.

Daarnaast is het volgens hem nodig om de uitvoering centraal te zetten en te investeren in scholing en methodiekontwikkeling. Maak moeilijke gevallen bespreekbaar, escaleer indien nodig en leer ervan, aldus Van Zutphen.

Vervolgstappen

De bovenstaande oplossingen heeft de ombudsman inmiddels besproken met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. De eerste drie partijen gaan met de voorgestelde oplossingen aan de slag en bespreken later dit jaar de stand van zaken van met de ombudsman.

Bron:  OP