Arbeidsverhoudingen in schoonmaak: nog een lange weg te gaan?

Schoonmaakmedewerkers die zich niet gehoord voelen, vinden dat ze ondergewaardeerd worden en de onevenwichtigheid tussen management en medewerkers. Zomaar enkele uitkomsten uit het onderzoek naar arbeidsverhoudingen in de schoonmaakbranche dat in opdracht van de RAS is uitgevoerd door het lectoraat HRM van de Hogeschool Arnhem & Nijmegen (HAN). De samenvatting van het rapport is duidelijk: er lijkt een hoop te verbeteren

Benieuwd naar de hele samenvatting? Lees deze hier »

Onderzoekers van de HAN bezochten een zestal grotere objecten door het hele land en spraken met schoonmaakmedewerkers, voorwerkers en objectleiders. Het eerste beeld dat dit opleverde werd gedeeld met een drietal gemengde groepen, bestaande uit objectleiders, voorwerkers en schoonmaakmedewerkers. Uit deze onderzoeksfase kwamen een viertal conclusies:

  1. Er is in de schoonmaak behoefte aan meer sociale binding
    Schoonmaakmedewerkers hebben behoefte aan teamgevoel, maar ervaren regelmatig frustratie omdat er extra werk gedaan uitgevoerd moet worden door uitval van collega’s of incidenten. Deze frustratie gaat ten koste van het groepsgevoel. Zonde, aldus de onderzoekers, schoonmakers die in kleinere groepjes samenwerken kennen elkaar en elkaars werk vaak beter. Zij ervaren dit als prettig. Daarom wordt opgeroepen om schoonmaakmedewerkers te laten werken in overzichtelijke groepen en grote teams waar mogelijk te vermijden.
  2.  
  3. Communicatie is een absoluut verbeterpunt

    Het onderzoek met als centrale vraag ‘Wat zijn volgens werknemers, leidinggevenden en werkgevers evenwichtige arbeidsverhoudingen en hoe kunnen deze in de praktijk bevorderd en bestendigd worden?’ werd mede-uitgevoerd door dr. Jorcho van Vlijmen.

    Op het gebied van communicatie kan veel verbeterd worden. Respectvol, vriendelijk en geduldig met elkaar omgaan blijkt in de schoonmaak niet altijd vanzelfsprekend te zijn. Schoonmakers hebben daarnaast het gevoel alles als laatste te horen terwijl objectleiders aangeven dat ze niet altijd open kunnen zijn naar de medewerkers. Als voorbeeld wordt contractwisseling aangehaald. De schoonmaakmedewerkers hebben het gevoel niet alle informatie te krijgen. Voor objectleiders kan het moeilijk zijn om informatie te delen, omdat ze bang zijn onrust te veroorzaken. Ook is het werkoverleg niet goed geregeld, zo is het overleg aan het begin van de dienst meestal kort en is er niet of nauwelijks ander overleg over het werk.

  4. Er is sprake van onevenwichtigheid
    Hiermee wordt bedoeld dat er in de relatie tussen management en schoonmakers verschillen zijn en dat deze niet altijd verschillend uitpakken. Zo ervaren schoonmaakmedewerkers dat er veel op hen wordt neergekeken binnen organisaties. Er zijn zelfs schoonmakers geïnterviewd die pertinent weigerden dat het interview werd opgenomen uit angst dat deze informatie tegen hen gebruikt zou worden. Wellicht te kort door de bocht, maar er zou op sommige objecten sprake kunnen zijn van een heuse angstcultuur. Daarnaast worden schoonmaakmedewerkers niet altijd over alles geïnformeerd en is er een duidelijk verschil in het gevoel controle te hebben over het werk. Zo is voor vele medewerkers niet duidelijk waarom bij een contractwisseling de objectleider niet, maar een schoonmaakmedewerker wél wordt overgenomen.
  5.  
  6. De organisatie van het werk is van invloed op de arbeidsrelaties
    Schoonmaakmedewerkers ervaren vaak een gebrek aan tijd en een gebrek aan de juiste middelen en materialen. Steeds weer blijkt dat de manier waarop dingen geregeld worden, bepaalt hoe mensen het werk waarderen. Doordat dingen niet goed geregeld zijn of niet kloppen, ontstaat onrust. Wanneer dingen goed geregeld zijn is er rust.

Op de onderzoeksfase volgde de adviesfase. De onderzoekers hebben op drie verschillende onderwerpen hun advies uitgebracht:

  1. Adviezen over de organisatie van werk
    De eerste drie adviezen hebben betrekking op het regelen en organiseren van het werk. Het advies is om op de randvoorwaarden te letten: zorg voor voldoende tijd en middelen. Daarnaast adviseren de onderzoekers om te investeren in voorwerkers, omdat zij de samenwerking kunnen verbeteren. Ten derde wordt geadviseerd medewerkers te stimuleren in de medezeggenschapsraden en ondernemersraden te stappen om zo het geluid van de vloer in de gehele organisatie te laten horen.
  2. Adviezen over communicatie
    De volgende drie adviezen gaan over communicatie. Belangrijk daarin is dat de vloer gezien wordt als een serieuze gesprekspartner. Dit betekent dat er moet worden gezorgd voor goede en duidelijke informatievoorziening en dat er gecontroleerd moet worden of de informatie goed is begrepen. Ook moet er goed naar de vloer geluisterd worden door de organisatie. Verder is van belang dat overleg een onderdeel is van het werk en dat er momenten voor overleg moeten worden ingepland.
  3. Adviezen over teamvorming
    De laatste drie adviezen zijn er voor de teams. Het vergroten van een groepsgevoel gebeurt door teams meer verantwoordelijkheid te geven, te zorgen voor kleine groepen en door momenten van gezamenlijkheid te maken. Met dat laatste wordt bedoeld dat er een moment moet zijn van samenzijn, waarin dingen kunnen worden besproken, gedeeld en gevierd, zodat mensen elkaar leren kennen en een band opbouwen.

“Branche, arbeidsrelaties zijn van belang”

De onderzoekers sluiten af met drie extra adviezen die van toepassing zijn op de gehele schoonmaakbranche: “We adviseren de branche om duidelijk te maken dat goede arbeidsrelaties van belang zijn. Goede arbeidsrelaties maken van de schoonmaak een aantrekkelijke branche om in te werken. Het is belangrijk een goede branche te zijn, omdat je elkaar nodig hebt om service te verlenen en omdat de branche aantrekkelijk moet blijven voor nieuwe mensen. Daarnaast zijn er al veel initiatieven in de sector om de uitvoering van het werk of de samenwerking te verbeteren. Het advies is om deze initiatieven met elkaar te delen, zodat schoonmaakbedrijven van elkaar kunnen leren.

Tot slot is het advies om meer stil te staan bij de lage maatschappelijke waardering voor schoonmaakwerk. Juist daardoor denken opdrachtgevers dat het mogelijk is om veelkwaliteit voor weinig geld te vragen, zodat er voor de vloer te weinig tijd is. Er is ook een gebrek aan waardering voor de mensen die het werk uit voeren. Het advies aan de sector luidt om het belang van het werk en de waardering voor de medewerkers onder de aandacht te blijven brengen.”

Om het werken in de schoonmaak te verbeteren, waar iedereen van profiteert, zijn enkele concrete ideeën uitgewerkt. Een van die ideeën was het creëren van een (online) plek waar schoonmaakbedrijven aan elkaar kunnen laten zien hoe zij het werk regelen zodat er van elkaar geleerd kan worden. Een ander concreet idee was het ontwikkelen van een spel voor teams over de samenwerking op de vloer. Een spel is leuk om te spelen en helpt daarmee meteen de relaties op de vloer bespreekbaar te maken en te verbeteren.

Benieuwd naar de hele samenvatting van het onderzoek? Lees deze hier »

bron: cleantotaal