1,5 graad opwarming, lukt dat nog wel?

Twee en half jaar geleden maakten 195 landen in Parijs afspraken met elkaar. Ze wilden streven naar beperking van de opwarming tot 2 graden gemiddeld en liefst tot 1,5 graad ten opzichte van het pre-industrie tijdperk. Nu is er een nieuw IPCC-rapport verschenen waarin staat wat dit betekent. Op 8 oktober werd het rapport openbaar gemaakt en een samenvatting van 30 pagina’s voor beleidsmakers kan iedereen downloaden.

Ik houd mijn hart vast, want nadat ik mezelf er in één middag doorheen heb geworsteld, kan ik me moeilijk voorstellen dat er beleidsmakers zijn die hier de tijd voor hebben en als ze die hebben, dat ze er dan ook nog iets van snappen. Het lezen van lange zinnen, grafieken, tabellen en histogrammen en het begrijpen van de ernst in termen van waarschijnlijkheidsverdelingen en statistische kansen is geen lichte kost. Zelfs voor bèta’s die in de materie thuis zijn is het lastig de essentie te bevatten.,

Ik zal mijn uiterste best doen om een en ander te vertalen in begrijpelijke taal.

Allereerst is het goed onderscheid te maken tussen het deel over de gevolgen van 2 graden in vergelijking met de gevolgen bij 1,5 graad, en het tweede deel over de kansen om deze grenzen te halen bij verschillende scenario’s.

Graad meer of minder

De leek zal zeggen: “Wat maakt die halve graad meer of minder nu uit?’ De Nederlander die omstreeks 10 oktober in de achtertuin bij 24 graden in het zonnetje zit te lezen zou zelfs kunnen zeggen: “Lekker toch?”. Maar dat valt vies tegen en het duidelijkst wordt dit weergegeven in de figuur op pag 13.

 

Tussen de huidige 1 en de toekomstige 2 graden zien we voor diverse effecten de kleuren van lichtgeel naar vuurrood springen. Denkt de leek wellicht dat er bij 2 graden twee keer zo veel klimaatschade zal optreden als nu, dan heeft hij het helemaal mis. Bij die 2 graden is al het koraal in de wereld verdwenen en is het Arctische zee-ijs in de meeste zomers verdwenen, zullen er op vele plaatsen langs de kustgebieden en langs de grote rivieren ernstige overstromingen optreden en zal de voedselproductie sterk gedaald zijn. Kortom: Er is geen geleidelijke toename van schade maar we gaan over een drempel.

Grootste schade voor armste landen

Ik vraag me overigens wel af of de gemiddelde beleidsmaker daar wakker van zal liggen. Als er geen koraalriffen meer zijn voor leuke duikvakanties, vinden de rijken der aarde wel weer andere exotische bestemmingen. Beroerder is dat voor de landen die economisch sterk van het duiktourisme afhankelijk zijn. Uit het rapport blijkt dat dit effect is exemplarisch voor alle andere effecten. De rijke landen die de grootste veroorzaker van de opwarming zijn, zullen de minste schade ondervinden, terwijl bepaalde streken in arme landen extreem veel schade krijgen te verduren.

Wie even verder doorleest kan echter vernemen dat de grote stedelijke gebieden last kunnen krijgen met extreme hittegolven, dat nogal wat grote steden door veel meer orkaangeweld met storm, vloedgolven en extreme neerslaghoeveelheden getroffen kunnen worden en dat het aantal klimaatvluchtelingen dat voor asiel aanklopt sterk zal toenemen. De beleidsmaker die zich uitsluitende zorgen maakt over de vluchtelingenproblematiek kan dus ook zijn borst nat maken. Bovendien zal het aantal en de omvang van grote bosbranden in Zuid Europe, Australië en Californië sterk toenemen. Kortom ook de rijken krijgen er van langs. De conclusie is toch dat we maar beter onze uiterste best kunnen doen om het niet tot die 2 graden te laten komen.

Zover ik heb kunnen lezen, geeft het rapport niet aan hoeveel geld er met al die klimaatschade gemoeid zal zijn, zodat de snel lezende beleidsmaker nog de schouders kan ophalen.

Het lukt wel / niet om onder 1,5 graden te blijven

Het tweede deel van het rapport gaat over de kansen om het tij te keren. Daartoe zijn een groot aantal scenario’s doorgerekend. Wat als we dit doen en wat als we dat doen en wat als we zowel dit als dat doen.  De conclusie lijkt geruststellend in die zin, dat er scenario’s denkbaar zijn waarbij het lukt om onder die 1,5 graad te blijven. Bij nadere bestudering van die scenario’s kan de schrik toch weer om het hart slaan.

Allereerst is het goed te beseffen dat, zelfs als we erin slagen anno 2050 geen broeikasgassen meer uit te stoten, we dan inmiddels toch een hoeveelheid hebben geaccumuleerd die nog honderden jaren aanwezig zal blijven. Dat betekent dat zelfs in het beste geval de balans tussen ingestraalde en uitgestraalde energie nog heel lang (eeuwen) verstoord zal blijven. Dus na het bereiken van de 0-emissie zal de opwarming nog vele jaren doorgaan, zij het met een gematigd tempo. Dit matige tempo zal echter hoger liggen dan het huidige omdat we dit punt op zijn vroegst pas in 2050 kunnen bereiken, waarbij de concentratie van CO2 in de atmosfeer alweer hoger zal zijn geworden. Indien we het punt met 0 emissie pas in 2075 gaan bereiken, gaan we vrijwel zeker ruim over de 2 graden heen en waarschijnlijk ook over de 3 graden.

Alles moet tegelijk

Het rapport stelt dat de situatie desondanks niet geheel hopeloos is, maar dan moet er wel onmiddellijk zeer rigoureus worden ingegrepen. Ontluisterend is dat we er alleen met schone energie niet komen. We zullen aanzienlijk minder vlees moeten eten en er zal heel veel bos aangeplant en herbeplant moeten worden. Ook zullen we door isolatie van alle gebouwen, duurzaam transport inclusief luchtvaart en scheepvaart en andere duurzamer technologie moeten zorgen dat we veel minder energie nodig hebben, zodat we kunnen volstaan met hetgeen omstreeks 2050 duurzaam kan worden opgewekt. Kortom, alle sectoren moeten eraan geloven met een maximale inzet en zonder uitstel.

Het probleem wordt goed weergegeven door middel van een CO2 budget. Om met een kans van 50% onder de 1,5 graad te blijven is er wereldwijd nog een CO2 budget over van 580 Gigaton (met een marge van +/-320 Gton). Bij het huidige emissietempo van 42 +/- 3 Gt per jaar is dat budget in 14 jaar op. Volgens de huidige plannen om de emissie te beperken en rekening houdend met economische groei zulle we het budget al over 10 jaar hebben opgebruikt.

Hierbij wordt opgemerkt dat het ook nog eens vies kan tegenvallen als er vanwege het ontdooien van de permafrost en het opwarmen van de Arctische zee een gigantische hoeveelheid methaan gaat ontsnappen.  Als dit gebeurt, zouden we wel eens binnen 5 jaar de 1.5 graden kunnen hebben bereikt. Ook een uitstel van de zwaarste maatregelen na 2030 zal niet werken omdat er vóór die tijd dan een aantal onomkeerbare processen op gang zijn gekomen. Met andere woorden: Het moet nú en er moeten een flink aantal tandjes bij.

Van de talloze scenario’s met verschillende combinaties van maatregelen verdienen er een paar van mijn eigen commentaar voorzien te worden. Dit betreft het inzetten van beduidend meer kernenergie en het toepassen van CO2 verwijdering door middel van Carbon Capture& Storage (CCS). Deze maatregelen kunnen worden gezien als compenserende noodmaatregel als het anders niet lukt om de fossiele brandstoffen geheel uit te bannen. In zo’n situatie zou er bijvoorbeeld nog voor 8% van de elektriciteitsproductie aardgas ingezet kunnen worden. Ik betwijfel of dit een realistisch scenario is. Ten eerste omdat kernenergie extreem kostbaar is en de bouw van nieuwe centrales minstens 10 à 15 jaar vergt. Ten tweede omdat ook de technologie van CCS nog nergens succesvol is toegepast en zelfs als dat lukt relatief kostbaar is en ten derde omdat de gassector waarschijnlijk niet meer economisch rendabel kan blijven als de resterende omzet zo laag is.

Veel hoopvoller zijn de scenario’s die inzetten op een drastische verlaging van het energiegebruik in gebouwen tot één kwart van het huidige en van het transport tot één derde. Dit is technisch goed mogelijk met bewezen technologie maar voorlopig nog beperkt door economische factoren.

Een scenario waarbij vele miljoenen km2 met energiegewassen of bos wordt aangeplant lijkt mij heel moeilijk haalbaar en zal op veel weerstand stuiten vanwege de noodzaak van land voor voedselproductie. De overgang naar vegetarische voeding en minder vleesconsumptie is technisch gesproken heel simpel, maar zal ook op veel maatschappelijke onwil en weerstand stuiten.

Hoewel het rapport een paar cijfers geeft over de totale kosten om onder de 1,5 graad te blijven, wordt er eerlijkheidshalve aan toegevoegd dat deze schattingen zeer onzeker zijn. Bovendien wordt opgemerkt dat er bij drastische maatregelen ook veel positieve neveneffecten te verwachten zijn waarvan de baten zich moeilijk laten becijferen. Het betreft hier onder andere een verbetering van onze gezondheid, minder sterfgevallen, minder plagen in de landbouw en veeteelt en meer werkgelegenheid.

De voorzichtige schatting is dat het ons 2,5% van het wereld Bruto Product gaat kosten ofwel 2,4 triljoen per jaar.

Het rapport geeft ook aan dat drastische maatregelen ter beperking van fossiele energie voor landen die daar economisch sterk van afhankelijk zijn, zeer ernstige gevolgen kan hebben.

Het rapport vermeldt tenslotte dat er een goede internationale samenwerking nodig is.

Hakken in het zand

Over die laatste opmerkingen wil ik nog het volgende opmerken. In mijn boekje “In Zeven dagen” vermeld ik dat er bij het stoppen met fossiele energie grote economische belangen in het spel zijn. Een te snelle omschakeling kan een financiële aderlating van minstens 100 triljoen tot gevolg hebben. Dat is ruim 60 keer zo veel als er tijdens de economische crisis tussen 2008 en 2009 verdampte. Het zou ook een verlies aan inkomsten van enkele triljoenen per jaar binnen de sector fossiel en alles wat daar aan vast zit kunnen betekenen.  Een dergelijke economische impact kan een nieuwe economische crisis tot gevolg hebben. Dit kan niet anders betekenen dan dat er een enorme weerstand tegen zal zijn. Dat is niets nieuws. Trump, Poetin en Saoedi-Arabië zetten de hakken al in het zand. Internationale samenwerking en eensgezindheid om drastische maatregelen te nemen tegen het gebruik van fossiele energie zijn mijns inziens een illusie. Het wordt regelrechte oorlog tussen vóór en tegenstanders met een grote kans dat het daardoor te laat en te langzaam zal gebeuren.

Ik blijf bij mijn mening dat het zelfs na dit rapport ijdele hoop is om te verwachten dat de gehele wereld eensgezind en met gezwinde spoed aan de slag zal gaan. Het door velen vervloekte kapitalisme zal helaas onze redding moeten brengen. Alleen de snelle verschuiving van vele duizenden miljarden kapitaal die nu in fossiel zijn geïnvesteerd, naar investeringen en beleggingen in duurzame energie (inclusief transportsector, gebouwde omgeving en landbouw) kan ons redden. Een dergelijke enorme verschuiving kan zeer snel verlopen want niemand heeft controle over het grote kapitaal en dus kan niemand een dergelijke verschuiving tegenhouden. Het zal ook snel gebeuren zodra er meer mee te verdienen valt.

Han Blok

bron: duurzaamnieuws